
Op 29 augustus 2016 ontmoette ik Muscat in het asiel op Samos. Hij zat verstopt in zijn transporttas, te bang om eruit te komen. Toen hij me aankeek, leek hij te zeggen: “Neem me hier weg.” Dat ene moment was genoeg om te weten dat hij met mij mee zou gaan.
Muscat was nog maar een paar maanden oud toen hij werd gevonden in een verlaten tuin in een bergdorp. Zijn moeder was overleden en de andere dorpskatten joegen hem weg. Stella en Lydie, twee lieve vrouwen, hadden hem gevonden en tijdelijk verzorgd, maar ze konden hem zelf niet houden. In het asiel voelde hij zich niet veilig. Hij was zo bang dat hij stopte met eten, en het werd duidelijk dat hij daar niet zou overleven.
Ik had net afscheid genomen van mijn vorige kat, Espresso, en mijn huis voelde leeg. Ik had me voorgenomen een rustige, volwassen kat te adopteren, geen kitten. Maar Muscat koos mij. En ik kon hem niet achterlaten.
De reis naar Nederland was zwaar voor hem. Hij was zwak en ziek, verloor gewicht en werd al snel zo benauwd dat de dierenarts zelfs sprak over de mogelijkheid van euthanasie. Toch wist ik dat hij een kans verdiende. Ik voerde hem dag en nacht kleine beetjes, hield hem warm en bleef hopen dat hij sterker zou worden.
En dat deed hij. Stap voor stap krabbelde hij op. Tegen alle verwachtingen in herstelde hij. Zijn naam, Muscat, kreeg hij naar de zoete wijn van Samos – zijn ogen hadden precies die gouden kleur. Inmiddels zijn ze groener geworden, maar net zo bijzonder.
Muscat is een Griekse tragedie op pootjes en tegelijk onze mini tuintijger. Hij heeft zijn gebruiksaanwijzing, is bang voor andere katten en soms nukkig, maar bovenal is hij een echte overlever.
Nu, jaren later, is Muscat een gezonde, eigenwijze en levenslustige kat. Mijn metgezel, mijn muze en de stille kracht achter veel van mijn werk.



